De volgende zonen van Jakob bij Lea zijn Simeon en Levi.

Elk om beurt komen de zonen van Israël aan bod. De poëtische beschouwingen van de pientere aartsvader Israël gaan nu over de volgende zonen van Lea. Hun karakter en hun levenswijze wordt door aartsvader Israël geschetst zodat ook hun eigenschappen duidelijk naar voor komen. Deze eigenschappen lijken erfelijk en daardoor bepalen ze karaktertrekken van de stam. Genesis 49,5: 5 Simeon en Levi zijn broers van elkaar, hun messen zijn gereedschap van geweld! Israël zegt dat Simeon en Lev broers van elkaar zijn. Deze uitdrukking gaat verder dan hun verwantschap als volle broers, zonen van Lea en Jakob. Ze zijn beiden precies in aanleg gepassioneerd en wraakzuchtig, fel en eigenzinnig. Door hun gespierd optreden dat gepaard gaat met geweld houden ze ook hun andere broers in hun macht. Omdat de andere zonen van Jakob zich ook beschermd weten door hun geduchte broers, kwam het voor hen beter uit om het eens te zijn met hen. Het kwam hen het best uit om de kant te kiezen van de sterkste.
We zouden kunnen zeggen dat Simeon en Levi ook wapenbroeders waren omdat ze samenspanden. Dat bevestigd Israël als hij zegt dat hun messen het gereedschap zijn van geweld. De vertaling van dit laatste zindeel is een van de vele mogelijke vertalingen van de originele Hebreeuwse tekst. Ook hier is de weergave van de waarschuwingen die Jakob meegeeft aan zijn volk in een speciale vorm geschreven. Er staan bijvoorbeeld geen werkwoorden in de Hebreeuwse tekst en de beelden die gebruikt worden zijn niet eenduidig te vertalen en te begrijpen. Dit heeft veel te maken met het uitzonderlijke woordgebruik en de afwezigheid van klinkers in de originele teksten. Zo zijn de bij elkaar geplaatste Hebreeuwse woorden “keli” en “chamas” twee zelfstandige naamwoorden die we samengevoegd kunnen vertalen als instrumenten van geweld. Het woord “keli”, dat nergens anders voorkomt in de Schrift, kan afgeleid zijn van het werkwoord “kalah” en dat betekent iets voorbereiden. “Chamas” is geweld maar betekent ook vals, onrechtvaardig en onderdrukkend als we kijken naar het familiewoord “chamac”. Met deze mogelijke betekenissen kunnen we veel kanten uit en daarom vinden we naast het woord messen in onze vertaling ook zwaarden maar ook bewoning, keuze van actie, vernietiging en instrumenten. De geschiedenis leert ons echter dat de Hebreeuwen en de Kanaänieten de smeedkunst niet meester waren in die tijden. Maar niets sluit uit dat ze messen of zwaarden gekocht hebben aan de voorbijtrekkende handelskaravanen. Misschien is het de bedoeling van Jakob te zeggen dat Simeon en Levi instrumenten van wreedheid waren in hun neerzetting en dat ze daarin een verschillende aanleg hadden dan de andere broers. Anderen maken dan meer gewag van het gebruik van hun landbouwwerktuigen als wapens. Dit oneigenlijk gebruik lijkt ons te ver gezocht. We kunnen eerder denken op het wapentuig waarmee ze zich verdedigden tegen rovers of wilde dieren of waarmee gejaagd werd. Met de informatie die we hebben uit de vorige verhalen weten we dat Simeon en Levi de verantwoordelijken zijn voor de moord op de mannen van Sichem1. Dit is voldoende om hun daden te veroordelen.


1 Genesis 34,25-27.

Advertenties

Israël ziet een andere reden waarom Ruben geen leiding kan opnemen.

De persoonlijkheid van Ruben, die we probeerden te achterhalen aan de hand van zijn optreden in vroegere verhalen, lijkt niet geschikt te zijn om het voortouw te nemen bij het volk van Israël. Jakob haalt echter nog een andere reden aan. Genesis 49,4: 4 maar onstuimig als water ben je, je zult niet vooraan staan! Want je hebt het bed van je vader bestegen, het bed van zijn bijvrouw heb je onteerd. Israël zegt dat Ruben bovendien onstuimig is als water. Hij overweegt zijn daden niet en berokkent daardoor schade aan anderen. Het water kent alleen maar de richting naar beneden en hoe sneller het valt des te onstuimig het wordt. Dit beeld dient wellicht hier om aan te tonen dat onbeheerste passie en drift de mensen naar een lager moreel niveau halen. Deze passie verhindert Ruben om als voorbeeld te dienen voor de andere leden van de stam.
Dit beeld van het water schets de aartsvader net voor hij na vele jaren het zwijgen doorbreekt1. Hij is niet vergeten dat Ruben, toen hij jong en onstuimig was, met Bilha, de slavin van Rachel en dus de bijvrouw van Jakob, in bed gedoken is. Dat had Jakob horen vertellen maar hij bewaarde dit voor hem pijnlijke voorval in zijn hart. Het ging duidelijk over de onstuimige passie van zijn oudste zoon en het was geen poging om vroegtijdig een deel van de erfenis van zijn vader op te eisen als eerstgeborene. Israël wijst er met dat voorbeeld op dat de drift het goede gedrag niet mag overmeesteren. Bezint eer je begint. Anderzijds is het ook de goede raad om respect te hebben voor de relaties binnen de familiestam. Op een scherpzinnige manier en zonder haat of wrok toont Israël aan met de verhalen over en de beoordeling van zijn zonen wat goed is en wat niet. Op die manier wil hij tussenkomen in de regelingen2 voor de toekomstige samenleving in het beloofde land.

kokend potje
Het Hebreeuwse woord “pachaz” gaat verder dan de tijdelijke onstuimigheid die we kunnen begrijpen uit onze vertaling. Het betekent ook onstandvastigheid en te licht zijn om belangrijk te kunnen zijn. Hier is de uitdrukking lichtzinnig ook treffend. Het Hebreeuwse woord “pachaz” is afgeleid van een oude werkwoordsvorm die gebruikt wordt om het opborrelend van kokend water uit te drukken. Dit geeft ons het beeld van de luchtbellen die naar boven komen omdat ze in beweging komen door de hitte. Het uitzicht van dat kokend water is inderdaad ook onstabiel. We moeten toegeven, nu we even stilstonden bij de vergelijking die Israël gebruikt, dat beelden meer zeggen dan woorden kunnen uitdrukken. Het onstuimige water kent geen grenzen net als de onstuimige drift.
De geschiedenis van de stam Ruben zal ons leren dat deze stam geen voorname rol zal spelen in het beloofde land. Geen enkele koning, rechter of profeet vindt zijn wortels in de stam van Ruben. Ook Mozes zal op het einde van zijn optreden nog moeten pleiten om deze stam die klein is in aantal toch te laten meetellen bij de twaalf stammen. Een ander vermoeden is dat Ruben de rechten van de nakomelingen van Jakob die uit Bilha geboren werden, Dan en Naftali, niet zou gerespecteerd hebben en dat de Rubenieten daardoor in een uitputtingsslag terecht kwamen. Zo geraakten ze afgescheiden van de andere stammen en hadden ze weinig belang in het beloofd land. Zij woonden afgescheiden in het gebied ten Oosten van de Jordaan buiten Kanaän, helemaal in het zuiden achter de Dode Zee. Zonder deze blikken in de toekomst houden wij het bij de onterving van het dubbel deel van Ruben en Simeon zodat Jozef een dubbel deel krijgt dat dan bestemd is voor zijn beide zonen3.


1 Genesis 35,22.
2 Deuteronomium 23,1.
3 Genesis 48,5.

De gevolgen van het gedrag van Ruben zijn een leerschool.

Na de eerste reflectie weten we dat Jakob het belangrijk vindt dat al zijn zonen aanwezig zijn bij zijn raadgevingen voor hun toekomst als volk dat eens naar het beloofde land zal trekken. Zijn zonen moeten komen want hij zal zeggen en zij moeten komen om te luisteren. Als aartsvader is hij bekommerd om de realisatie van het verbond. Zijn nageslacht moet een groot volk worden en ze moeten wonen in het beloofde land. Daartoe is het belangrijk te leven als besnedenen van hart in solidariteit met alle stammen. Dan is het beloofde land mogelijk. Genesis 49,3: 3 Ruben, jij bent mijn eerstgeborene, de eerste vrucht van mijn mannenkracht. Je moest vooraan staan in hoogheid, vooraan staan in macht; 4 maar onstuimig als water ben je, je zult niet vooraan staan! Want je hebt het bed van je vader bestegen, het bed van zijn bijvrouw heb je onteerd.
Ruben is de oudste zoon van Lea. Hij is de eerstgeboren zoon van Jakob die hij verwekt heeft bij de oudste dochter van Laban met wie hij het eerst moest huwen

Ruben en Bilha
van zijn schoonvader. De naam Ruben betekent “kijk het is een zoon” en dit drukt de vreugde uit van Lea die Jakob zijn eerste zoon kan schenken. De vrucht van het begin van de sterkte komt van de Hebreeuwse stam “on” en dit verwijst ook naar de erfenis die het vermogen, de macht en de rijkdom inhouden. Dit recht van de eerstgeborene wordt nog eens beklemtoond door te verwijzen dat Ruben de eerste vrucht is. Israël vertelt hem dat hij als eerstgeborene de belangrijkste zou moeten zijn. Dit recht wordt beschermd tegen de willekeur en wordt later zelfs samen met het dubbel deel in de erfenis opgenomen in de voorschriften voor het volk van Israël1. Hij zou de leider van zijn broers moeten zijn en een dubbele deel in nalatenschap van Jakob toegezegd worden.
Wij hebben Ruben echter zien falen in zijn zorg als oudste zoon voor de jonge Jozef. Hij kon zijn broers wel overtuigen Jozef niet te doden maar stond wel toe dat ze hem gevangen zetten in een put. Hij was onvoldoende doortastend om Jozef te beschermen tegen de haat van zijn broers, die in de streek van Sichem de schapen van hun kudden aan het hoeden waren. Jozef was vanuit Hebron door Jakob uitgestuurd om te zien of alles goed ging met zijn broers en met de kudden. Nadat Jozef een mooie mantel van zijn vader kreeg en nadat hij zijn broers de dromen vertelde die hij had, werden ze afgunstig en vreesden ze dat Jozef hen zou domineren. Daarom grepen ze hem en wilden hem doden maar na tussenkomst van Ruben gooiden ze hem in een put nabij Dotan. Ruben de oudste en verantwoordelijke zoon kon dit niet verhinderen2. Ruben was van plan Jozef later uit die put te halen en hem terug te brengen naar zijn vader. De andere broers besloten echter hem te verkopen als slaaf aan de Midjanieten. De verontwaardigde Ruben kon daardoor Jozef niet meer veilig terugbrengen naar zijn vader en dat behoorde tot de verantwoordelijkheid van de oudste zoon. De broers bedachten dan een bedriegerij en dompelden de mantel van Jozef in het bloed van een geitenbokje om hun vader te laten vermoeden dat Jozef verscheurd was door een wild dier. Op die manier had de jammerende Ruben3, die schrik had van de verwijten en de veroordeling van zijn vader die hem te wachten stonden, een lafhartige uitvlucht voor zijn verantwoordelijkheid. Een andere keer komt Ruben ook niet erg goed naar voor als hij een eed uitspreekt en zijn zonen zou opofferen als hij niet slaagde in de bescherming van zijn broer Benjamin4. Zo beoordeeld zouden we zelf zeker geen leidinggevende functie geven aan een Ruben die zijn broers niet in handen heeft, die zijn verantwoordelijkheid ontvlucht en zijn nageslacht laat opdraaien voor zijn falen.


1 Deuteronomium 21,17.
2 Genesis 37,21.
3 Genesis 37,29-30.
4 Genesis 32,37.

Jakob werpt een profetische blik op de toekomst.

Net voor Jakob sterft gaat hij aan de hand van het profiel van zijn zonen de toekomst voorspellen van hun nageslacht. Hij kent immers zijn zonen en weet hoe ze tot nu geleefd hebben. Hij zal hun karaktertrekken gebruiken om hun belang te schetsen in het volk van Israël en om de toekomst van de stammen te voorspellen. Het is een in deze oude verhalen van de Bijbel over het ontstaan van de volken dat deze volken ook hun eigenschappen toebedeeld krijgen. Deze eigenschappen zijn ook bepalend voor de onderlinge verhouding van de volken. Alles begint telkens met de verhalen over de stamvaders die hun karaktertrekken als erfelijke eigenschappen doorgeven aan hun nageslacht. Zo herinneren we ons Cham, de voorvader van de Kanaänieten, die zijn vader, Noah, belachelijk maakte. Zijn nageslacht bleef in onmin leven met het volk Israël dat afstamde van zijn broer Sem. Verder zijn er onder andere nog de verhalen over Ismaël en de Ismaëlieten en Esau en de Edomieten. Om die voorzeggingen en waarschuwingen plechtig te maken gebruikt Israël een bijzondere taal en staat alles opgetekend in een literair hoogstaande vorm. Dit maakt het ons zoveel eeuwen later zeer moeilijk om deze tekst vandaag in zijn volle draagwijdte te begrijpen. Genesis 49,1-2: 1 Jakob liet zijn zonen bij zich roepen en sprak: 1 ‘Kom bij elkaar, ik ga jullie zeggen wat jullie te wachten staat in de dagen die komen. 2 Kom bijeen en luister, zonen van Jakob, luister naar Israël, jullie vader. De oproep van Israël om bij elkaar te komen en om dan nog eens samen te komen klinkt een tweede keer als een plechtige herhaling verkondigd door boodschappers aan al zijn zonen om naar hun vader toe te komen. Deze herhaling van gedachten is eigen aan de Hebreeuwse poëzie.
Na zijn gesprek met Jozef en de zegen voor Efraïm en Manasse wil aartsvader Israël in zijn laatste dagen al zijn zonen zenden en zegenen. Israël zal al zijn zonen elk op beurt afzonderlijk toespreken. Daarin gebruikt hij een bepaalde volgorde. Hij zal vanaf de rand van zijn sterfbed eerst al de zonen toespreken van de vrouw die hem eerst kinderen gaf en dat zijn de zonen van Lea. De meid van Lea, Zilpa was de vrouw van wie alle zonen als tweede aan de beurt komen. Vervolgens komen de zonen van Bilha, de dienstmaagd van Rachel aan bod en op de laatste plaats komen de twee zonen van Rachel aan de beurt omdat Rachel de vrouw was van wie de schoot het laatst geopend werd1 door de Ene.
Israël spreekt zijn zonen toe terwijl ze allen verzameld zijn rond zijn bed. Hij spreekt profetisch maar tegelijk laat maakt hij ook duidelijk dat de manier van leven bepalend is voor de belangrijkheid van een persoon in de samenleving. Op die manier krijgen alle zonen en met hen het hele volk van Israël nog enkele richtlijnen mee van wat niet kan als men wil leven als een besnedene. Wij kunnen de hoogstaande bedoeling van Israël begrijpen in de zin dat ouderen hun nageslacht willen vertellen over de manier hoe ze het best hun schreden naar de Ene2 de almachtige God, El Shadday, kunnen richten. Er wordt geput uit de ervaringen die de voorvaderen opdeden in de Bijbel en die bedoeld waren om hun hart te besnijden. Dit zou het volk ten goede komen in de toekomst. Deze levenslessen moesten van vader op zoon doorgegeven worden en dit kreeg de uiterlijke vorm van de besnijdenis. Dit praktijk raakte wellicht in onbruik of werd niet meer vermeld in de Schrift na het misbruik ervan bij de mannen van Sichem. Hier krijgen de woorden van Israël een profetisch karakter en men vermoedt dat de teksten waarin de toekomst voorspeld wordt bijgevoegd werden op latere datum.


1 Genesis 30,22.
2 Genesis 17,1.

Zo worden de zonen van Israël gezegend.

Na de uitleg die Israël gaf aan zijn zoon Jozef over de verwisseling van de zegen met de rechterhand tussen de jongste en de oudste1, richt hij zich verder tot Jozef en toont hem hoe in het vervolg de zonen in Israël moeten gezegend worden. Genesis 48,20-22: 20 En hij sprak op die dag deze zegen over hen uit: ‘Met jouw naam zal Israël zegen afsmeken en men zal zeggen: God zal u maken als Efraïm en Manasse.’ Zo plaatste hij Efraïm vóór Manasse. 21 En Israël zei tegen Jozef: ‘Ik ga sterven; God zal je beschermen en je naar het land van je vaderen terugbrengen. 22 Aan jou geef ik iets meer dan aan je broers: een bergrug, die ik met zwaard en boog op de Amorieten veroverd heb.’ Jakob zegt dat door alle vaders van Israël de zegen zal afgesmeekt worden met de volgende woorden: “God zal u maken als Efraïm en Manasse”. Met deze uitspraak van de zegen, die toegepast zal worden door heel het volk van Israël, plaatst Jakob Efraïm voor goed en altijd op de eerste plaats.
De inleiding op de zegen leert ons dat de Ene die hier Elohim genoemd wordt via verschillende wegen kan benaderd worden en daarom kreeg Hij verschillende namen. Zo was El Shadday voor de aartsvader, de god die hen beschermde op hun levensweg bepaalde, hun pelgrimstocht als vreemdelingen op weg naar een land dat beloofd was. Jakob ziet de Ene ook als een herder di
e hem begeleid zelfs tot in zijn laatste dagen van zijn leven3. Een herder die de weg toont naar de weiden en de kudde veilig thuis brengt in dat land van belofte. De Heer is mijn herder mij zal niets ontbreken4. Ook de engel die Jakob in Peniël verloste van het kwaad in zijn leven ondervond Jakob als god, de bevrijder van het kwaad. Deze benadering van de Ene toont aan dat de manier van leven bepaalde levenskeuzes inhoudt. Deze levenswijze waarvan Jakob bewust gemaakt wordt in Peniël leidt dan naar het beloofde land. Met al deze goddelijke gaven zal het hele volk Israël gezegend worden.
Na deze zegen op het einde va
n zijn leven kon Israël

Jongens en meisjes zegenen

aan Jozef zeggen dat hij zou genieten van de verschillende gaven van de Ene. Ik, de aartsvader zal sterven maar ik laat mijn volk niet verweesd achter. Jozef en het volk zullen beschermd worden. Het nageslacht van Jozef en het volk zullen door de herderlijke Ene naar het beloofde land gebracht worden waar ze thuis horen.
Het behoort inderdaad ook vandaag nog tot de traditie dat de Israëlieten hun kinderen de zegen toewensen met deze woorden: God zal u maken als Efraïm en Manasse. Voor de meisjes bestaat er ook een traditionele zegen uitgesproken bij de opname in een familie: Jahwe make van die vrouw, een Rachel en een Lea, die samen het huis van Israël hebben gebouwd.
Als erfdeel zal Jozef van Israël een stukje van het beloofde land krijgen. Het nageslacht van Jozef krijgt buiten het land dat beloofd is aan het nageslacht van de aartsvaders nog bijkomend een bergrug, “shekem” in het Hebreeuws. Deze belofte kan op veel manieren begrepen worden. De gezegende nakomelingen van Jozef zullen daardoor met kop en “schouders” boven de rest van het volk staan. Dit kan verwijzen naar de hoofdrol die de stam van Efraïm zal spelen eens het volk het beloofde land gaat bewonen. Dat zou nog een bijkomende realisatie van de dromen van Jozef in zijn jeugd zijn, maar dan voor het nageslacht van Jozef. Een andere mogelijkheid is dat het land van Sichem aan de nakomelingen van Jozef zal behoren. Dit laatste zou kunnen wijzen op de onterving van Simeon en Levi, die dit land veroverden met het zwaard5. De stam moest echter vluchten voor de vijandige houding van de naburige stammen omwille van hun laffe moordpartij. Wellicht hebben ze die gronden nadien weer heroverd want later gingen ze er hun schapen hoeden6. Het is ook mogelijk dat ze na enige tijd weer in de streek gekomen zijn naar het stuk land dat Jakob van het geslacht van Hemor had gekocht7. Het is toevallig in de omgeving van deze plaats dat Jozef in de put gestopt werd door zijn broers voor hij aan de Midjanieten verkocht werd. Het zal ook op deze plaats zijn dat de beenderen van Jozef begraven zullen worden8. Al deze veronderstellingen over het verleden kunnen we vergeten als we de woorden van Israël inschatten als een toekomstvoorspelling van de aartsvader, die overtuigd is dat zijn volk terugkeert naar het beloofde land en al een ontwerp van verdeling voor ogen heeft.


1 Genesis 25,23; Genesis 27,29; Genesis 27,40; Genesis 38,29-30…
2 Ruth 4,11-12.
3 Psalm 28,9.
4 Psalm 23,1.
5 Genesis 34,25-29.
6 Genesis 37,12.
7 Genesis 33,19.
8 Jozua 24,32.