Totdat zal komen: ‘Sjilov’.

Israël voorziet dat het leiderschap van Juda zal blijven duren. Maar toch wordt er nu een eindpunt aangehaald door Israël. Na Juda komt een leider onder wiens leiding ook Juda zal vallen. Bij deze tekst worden heel wat veronderstellingen naar voor geschoven. Veel daarvan verraden de achtergrond van de beoordelaren en worden ingeschreven in de bewijsvoeringen waarmee ze hun ideeën willen benadrukken. Zo worden bijvoorbeeld breedvoerige studies geschreven over de Messias die de Christus is. In deze voorspoedige tijd met grootste vooruitzichten voor het volk van Israël is er echter geen nood aan een Messias, een redder, en leeft die gedachte ook helemaal niet. Jozef was de redder geweest die voedsel bezorgde maar die ook enkele gedragspatronen voorhield door hen te laten beseffen dat broederlijkheid levengevend is. Nu is het aartsvader Israël die zijn volk herinnert aan de lessen van het verleden door de slechte daden van zijn zonen af te keuren en de goede te belonen. Als we niet ingaan op de messiasgedachte bestaan er nog heel wat andere visies over dat stukje tekst. Dit weerspiegelt zich in de verschillende vertalingen. De visie1 die een afwijking in de Hebreeuwse tekst veronderstelt, laten we eveneens buiten beschouwen.
Silo kan de naam van de plaats zijn waar de stammen samenkwamen nadat ze Kanaän binnengetrokken waren. Ze offerden er in de tent voor de Ene2 en na de verkenning van het beloofde land werd het grondgebied over de stammen van Israël verdeeld.

Tent van het verbond

Dit zou een mooie gedachte zijn om dit als vredig eindpunt van het gezag van de stam van Juda te schetsen. Maar dit kan niet omdat Juda nog de macht niet heeft van een grondgebied in Kanaän op dat ogenblik. Silo blijft lange tijd een heiligdom van Israël en bevindt zich in het gebied van Efraïm. Silo verliest echter stilaan zijn status als er zicht komt op de tempel van Jeruzalem3. Mogelijks zit hier een machtsstrijd achter tussen de stam van Efraïm en deze van Juda en hun achterban, die bestaat uit de andere stammen van Israël. Dit zal wellicht de reden zijn van de latere opsplitsing van het koninkrijk van Israël in twee delen. Maar ook dan nog blijft er in Juda een koning, zij het van een kleiner rijk.
Silo kan blijkbaar ook een persoon, “Shiloh” in het Hebreeuws want hij zal verschijnen. Wie dat kan zijn is niet erg duidelijk. Misschien wijzen de andere verklaringen ons de weg. Het feit dat Shiloh met een hoofdletter geschreven staat is toe te schrijven aan de vertalers want het Hebreeuws kent geen hoofdletters.
Anderzijds kan “Shiloh” ook een begrip zijn, een toestand, die kan bereikt worden. Afgeleid van het werkwoord “shalah” dat betekent wees gelukkig, voorspoedig, en wees in veiligheid, zien we een vredevolle sfeer, die in het vooruitzicht gesteld wordt door Israël. Dat is wat toegewenst wordt met de wens van “shalom”. Deze wens of toestand hebben we al vaker4 gelezen in de voorbij teksten. Deze wens wordt ook in verband gebracht met de Ene als Jozef de verklaringen van de dromen van farao aan de Ene dankt, die wenst wat goed is voor farao5.
Het woord “yiqhah” is letterlijk de gehoorzaamheid van de “amim”, van de volken. Tot alle volken zich goed voelen in de “shalom”. Tot heel de wereld in vrede leeft en zich onderwerpt aan de levenswijze van de besnedenen van hart die hun schreden richten naar de Ene. Is het altaar in de tent van Silo de plaats waar alles samenkomt? Alle stammen van Israël gaan naar de tent van samenkomst2 waar de Ene zich kenbaar maakt6 en daardoor shalom brengt. De Ene is vrede7. Plaats, persoon en begrip komen samen als brengers van heil.

1 Joodse commentator Marcus Kalisch (1828-1885).
2 Jozua 18,1.
3 1 Samuel 2,12-16; Psalm 78,60 en 67-68.
Genesis 15,15; Genesis 26,29 en 31; Genesis 34,14.
Genesis 41,16.
6 1 Samuël 3,21.
7 Rechters 6,24.

Advertenties

Juda is als een leeuw.

Israël gaat verder met zijn poëtisch vergezicht waar hij het verleden vervat in het toekomstbeeld voor zijn zoon Juda. Zijn bedoeling is alle broers te verenigen onder de leiding van Juda. Zoals de vroegere koning bij de andere volken zich moesten bewijzen door een wild dier te overwinnen, tekent Jakob een beeld van zijn zoon Juda dat respect en ontzag moet afdwingen. Genesis 49,9-10: 9 Juda is een jonge leeuw; met roof ben je groot geworden, mijn zoon! Hij vlijt zich neer, hij ligt als een leeuw, als de koning van de dieren; wie waagt het hem te wekken? 10 Van Juda zal de scepter niet wijken, de staf zal niet verdwijnen tussen zijn voeten, totdat hij verschijnt die hem leiden mag; hem zijn de volken gehoorzaam. Een jonge leeuw die al groot en sterk is geworden, wordt het beeld dat Israël gebruikt om Juda voor te stellen als een sterke leider. Leeuwen

Juda, de leeuw

leven in families en in groepsverband. Hun manier van jagen is opmerkelijk. Het mannetjesdier jaagt de prooi op me zijn gebrul en de vrouwtjes, die zich in hinderlagen verschuilen, proberen in groep het opgejaagde wild te doden. Het mannetje is de meester van de prooi en hij laat heel de leeuwenfamilie toe zich tegoed te doen aan de vangst. Voldaan geniet de leeuw dan van de rust in zijn afgebakend gebied waar hij heer en meester is. Deze vergelijking met de dierenwereld is zeer zorgvuldig gekozen en past precies bij wat Israël wil vertellen aan zijn zonen. Dit beeld van de leeuw is zo treffend dat het de geschiedenis zal ingaan als symbool voor het volk van Juda, de Judeeërs. Nu nog is de leeuw te zien in het schild van Jeruzalem. Het gedachtenrijm geeft ons een herhaling maar nu met de beelden die bij een menselijke leider passen.
Het teken van het leiderschap, de scepter, zal bij Juda blijven en dus ook het leiderschap van het volk van Israël. Het Hebreeuwse woord “shebet” dat hier vertaald is door scepter, betekent echter ook stam, ondergeschikte maar ook aftakking. Deze aftakking kan een stok of staf zijn als aftakking van een boom maar ook afstammeling. Opnieuw is het moeilijk om een keuze te maken omdat veel van die vertalingen hier betekenisvol kunnen zijn. Staf is een zeer aanvaardbare vertaling temeer omdat de uitdrukking “shebet”, terugkomt in het Hebreeuws gedachtenrijm. Nu is het de staf tussen de voeten en dit kan ook weer op verschillende manieren begrepen worden. De staf tussen de voeten klinkt nu “chaqaq” in het Hebreeuws. Dit woord houdt dan eerder verband met het uitvaardigen van wetten en decreten omdat het ook inkerven of voorschrijven betekent. Het leiderschap heeft ook de inhoud van het rechtspreken. Juda was in zijn eigen stam in Kanaän ook leider en rechter1. Sommigen denken dat het beeld van de staf tussen de voeten erop wijst dat het leiderschap zal doorgegeven worden aan zijn nageslacht. Maar dan krijgen we een zinsdeel waarover veel meningsverschillen bestaan. Dat weerspiegelt zich ook in de vertalingen.


1 Genesis 38,24.

De bewezen kwaliteiten van Juda.

We kennen Juda uit verschillende verhalen. De eerste keer dat Juda optrad was toen hij het advies gaf aan zijn broers Jozef niet te vermoorden1. Dan wordt een volledig hoofdstuk2 gewijd aan Juda dat vertelt over hoe zijn eerste zonen bij Sua, zijn Kananitische vrouw, het huwelijk met Tamar, die door Juda als vrouw voorgesteld werd voor zijn zonen, niet wilden voltrekken. Bij een slippertje onderweg was hij niet bewust dat hij zelf kinderen verwekt had bij dezelfde Tamar, die wellicht van Hebreeuwse oorsprong is omdat ze ook een Hebreeuwse naam draagt. Hij wordt op die manier vader van de tweeling, Peres en Zerach. Deze ervaringen in zijn leven hebben Juda geleerd dat een huwelijk met een vrouw die niet behoort tot de Hebreeuwse stam geen goede vruchten draagt. Hij leerde ook dat een mens niet zelf beslist over alle situaties en dat

Juda onderhandelt
de zwakheden van een mens door de Ene toch ten goede kunnen gebracht worden als men niet arrogant blijft vasthouden aan het eigen gelijk.
De volgende verhalen gaan over hun tweede tocht naar Egypte om voedsel op te halen. Juda drong aan op het afhalen van het graan en stelde zich daarom garant voor de behouden thuiskomst van zijn broer Benjamin3. In Egypte was hij dan de woordvoerder van zijn broers bij de onderhandelingen met de onderkoning Jozef4. Ruben had zijn vader ontgoocheld door met Bilha het bed te delen en had in latere dagen gefaald in de zorg voor Jozef, de geliefde zoon van Jakob. Hij bleek een onstandvastige man te zijn, gedreven door zijn driften, die ook nog eens geen verantwoordelijkheid kan dragen en werd daarom afgewezen om de leiding te nemen van zijn broers. Om de stam samen te houden was er na de dood van Jakob een sterke leider nodig die in staat was op te komen voor zijn broers en hun families. De broers Simeon en Levi waren ook niet geschikt om het volk van het verbond te leiden. Zij waren onbetrouwbaar, spanden samen en gebruikten geweld binnen en buiten de familiestam om macht te veroveren. De drie oudste zonen van Jakob kwamen door hun slechte faam dus niet in aanmerking om alle stammen van Israël te vertegenwoordigen. Juda is daarom ondertussen de vertrouwenspersoon van zijn vader geworden. Dit werd stilaan duidelijk van toen Jakob de zorg voor zijn zoon Benjamin durfde toe te vertrouwen aan hem. Eens als de stam in Egypte is toegekomen is het ook Juda die naar Jozef gestuurd wordt om de hele stam aan te melden en Jozef op de hoogte te stellen dat de stam al in Gosen was aangekomen. Jakob maakt al onmiddellijk duidelijk dat Juda de leider van de stam zal worden. Dit is de eerste keer dat de zending van de aartsvader gebeurt met de opdracht de andere stammen te leiden. De tijd van de aartsvaders met de kleine gezinnen is voorbij. Nu wordt er geen selectie meer gemaakt van wie al dan niet beantwoordt aan het profiel om aartsvader te worden. Door hun verblijf in Egypte is de stam zich als zelfstandige eenheid gaan gedagen. Ze leefden los van alle invloeden in de streek van Gosen en hadden hun lot met elkaar verbonden. Ze waren bewust dat ze een afzonderlijk volk waren in een vreemd land. Dit zorgt ervoor dat alle broers samen zullen blijven en een groot volk worden. Dit was ook voorzien in het verbond van de Ene.


1 Genesis 37,26.
3 Genesis 38.
3 Genesis 43,3 en 8.
4 Genesis 44,18.

Dank zij Juda wordt de Ene geprezen.

Israël gaat op een subtiele manier als een poëet verder met het omschrijven van wat hij heeft vastgesteld bij zijn zonen. Hij trekt er de lessen uit voor later en geeft zijn volk de goede raad mee van een aartsvader die beseft wat het verbond met de Ene inhoudt. Om alles kracht bij te zetten kijkt hij in de verre toekomst en wil hij ons leren dat zowel slecht als goed gedrag invloed heeft op het nageslacht. Nadat hij zijn drie oudste zonen afgeschreven heeft voor het leiderschap van de stam spreekt hij nu zijn vierde zoon, Juda, toe. Genesis 49,8: 8 Juda, jou prijzen je broers; jouw hand drukt de nek van je vijanden neer, voor jou buigen de zonen van je vader. De toon verandert en in de kritiek maakt plaats voor lof. De inhoud van de Hebreeuwse naam Juda, is de wens dat de Ene zou geloofd, geprezen, worden omdat Juda geboren is. Bij zijn geboorte werd hen deze naam door zijn moeder Lea gegeven omdat ze zo dankbaar was nog een zoon te kunnen geven aan Jakob. Ze drukte dat uit met de belofte dat ze de Ene nu zou prijzen voor die vierde zoon en dat komt overeen met de naam Juda1. Nu wordt Juda geprezen door zijn vader. Dit is een speciale uitspraak van Israël. Hij looft zijn zoon omdat door de aanwezigheid van Juda de Ene geprezen wordt.
Israël haakt in op dit idee rond het loven en prijzen en past dit toe op zijn andere zonen die Juda zullen loven en prijzen. Na die stelling gaat hij oo
k een reden geven waarom zijn broers hem zullen loven en prijzen. Hij ziet het nageslacht van Juda in de toekomst als een machtige heerser, die de vijanden van het volk meester is. Als er de Schrift het heeft over heersers van andere volken wordt al vaak de uitdrukking van “het juk op de nek” gebruikt2. Dit geeft aan dat Juda zo machtig zal zijn dat hij andere volken zal kunnen onderdrukken maar het is geen “juk” maar de hand die druk op de nek van de vijanden wat we dan eerder kunnen begrepen als dat hij de vijanden in toom houdt. Juda zal volgens de toekomstvisie van Israël ook de leider zijn van zijn de families van zijn broers die zullen buigen en dankbaar zijn voor zijn bescherming.
Het buigen van de broers hoorden we ook al eens toen Jozef zijn droom vertelde. Genesis 37,6-8: “Wij waren aan het schoven binden op het veld. Mijn schoof kwam overeind en bleef rechtop staan; jullie schoven kwamen er omheen staan en bogen voor mijn schoof.” Toen dachten de broers dat Jozef hun koning zou worden maar ze waren niet van plan om zijn heerschappij te ondergaan. Deze droom van Jozef is echter op een andere manier vervuld. Zijn broers bogen voor hem, als onderkoning van een andere natie, omdat hij hen voorzag in voedsel en daardoor de stam in leven hield. Nu is het echter aartsvader Israël die een toekomstdroom verwoordt voor zijn zoon Juda. Hij ziet dat in het perspectief van de terugkeer van zijn nageslacht naar Kanaän als een groot volk. Hoewel Israël Efraïm gelijkgesteld had met zijn oudste zoon gaat de voorkeur in deze tekst toch naar de stam Juda. De voorkeur van Israël is blijkbaar niet gestuurd door de beoordeling van het eerste huwelijk van beide zonen. Zowel Jozef als Juda waren gehuwd met een niet Hebreeuwse vrouwen. Juda was gehuwd met de Kananitische Sua3 en Jozef met de Egyptische Asenat, de dochter van Potifera. De naam Potifera staat voor dienaar van Ra en de schoonvader van Jozef was dan ook nog eens priester van in de tempel van On4. Uit deze relatie van Jozef werden de zonen Manasse en Efraïm geboren die door vader Israël geadopteerd werden als zijn eigen zonen. Daar heeft Jozef iets voor op zijn broer Juda van wie de zonen uit zijn eerste huwelijk geweerd werden uit de Schrift. De keuze van Israël moet ingegeven zijn door de Ene, want gevoelsmatig vermoeden we dat Jozef de voorkeur zou gekregen hebben. In zijn jeugd was Jozef reeds zeer geliefd door zijn vader en toen kreeg hij die mooie mantel bij een degelijke opvoeding. Toen Israël herenigd werd met zijn zoon bij zijn aankomst in Egypte herleefde zijn levensperspectief, de realisatie van het verbond. Toch gaat de voorkeur nu naar Juda omdat dank zij hem de Ene geprezen wordt. Dus hij is de goede keuze als leider en zal wellicht als stam de macht grijpen na verloop van tijd.

1 Genesis 29,35.
2 Genesis 27,40; Deuteronomium 28,48; Jesaja 10,27.
3 Genesis 38,2.
4 Genesis 41,45.

Het gedrag van Simeon en Levi werd veroordeeld door Israël.

Israël bevestigt nog eens dat hij afstand neemt van de laffe wreedheid die Simeon en Levi gepleegd hebben1. Zij hebben de moord op de mannen in Sichem gepland en samen uitgevoerd. Ze hadden beslist om eerwraak te nemen omwille van het eerverlies van hun zuster Dina. Zij hebben dat uitvergroot tot een stamwraak door alle mannen van Sichem te vermoorden. We kunnen ons voorstellen dat Levi het idee opperde dat alle mannen moesten besneden worden om te kunnen huwen met de dochters van Israël. Bewust dat de mannen de eerste dagen na de besnijdenis lichamelijk afrem zijn in hun weerbaarheid, zag hij samen met Simeon de mogelijkheid om de verzwakte tegenstanders te vermoorden. Genesis 49,6-7: 6 Met hun kring wil ik niet omgaan; waar zij bijeen zijn, wil ik niet zijn. In hun woede hebben zij mannen vermoord, moedwillig hebben zij stieren verminkt. 7 Hun woede is vervloekt, omdat die hevig is; vervloekt is hun drift, omdat die hard is. Ik zal hen over Jakob verdelen, hen over Israël verspreiden! Jakob weet dat deze moorddadige manier van optreden helemaal niet strookt met de zending van zijn volk. Israël moet een zegen zijn voor de anderen volken2. Nu laat Israël er geen twijfel over

Simeon en Levi na de moorden in Sichem
bestaan dat zoiets niet kan wat ook de omstandigheden of de mogelijke gevolgen zijn. Hij veroordeelt die laffe daad van wreedheid.
Israël kiest niet het gezelschap van de moordende geweldenaars. Hij wenst poëtisch dat zijn “nephesh”, zijn levend en bezielde lichaam, niet in hun gezelschap komt. In het Hebreeuws is dit afgeleid van “sôd” en dat betekent ook een klein tapijt waar men op zit. Dit samenzitten wijst op een grote verbondenheid. Dit kan ook veronderstellen dat ze samenzweren om kwaad te doen. Dit wordt met het gedachtenrijm nog eens versterkt. Het is niet eerbaar om aanwezig te zijn in hun samenzijn. Als reden om hun aanwezigheid te mijden geeft Israël op dat zij in hun woede mensen vermoorden en in hun baldadigheid snijden ze de achterdijbeenspier van de stieren door. Zo kunnen die dieren niet meer stappen. Het beeld van de ossen wordt gebruikt om de macht te omschrijven en dit kan als rijmgedachte bedoeld zijn op de leiders van Sichem, Hemor en zijn zoon Sichem aan te duiden. Hun macht wordt gebroken. Dit belicht de arrogante slachting van weerloze slachtoffers in Sichem als een daad die te vergelijken is met het neerhalen van machtige runderen3. Deze benadering van Jakob belicht de wreedheid en de meedogenloosheid van de twee broers, die wellicht ook aan de basis lagen van de gedachte hun broer Jozef op te ruimen omwille van zijn verondersteld leiderschap over de stam. Het kan ons niet verwonderen dat de onzekere Ruben de mogelijkheid niet kreeg om Jozef terug naar zijn vader te brengen.
Jakob vervloekt hun ongecontroleerde wilde woede die ze uitwerkten op een arrogante, buitenmaatse en laffe manier op de inwoners van Sichem. Hun genadeloosheid leidde hen ook naar de onmenselijke manier waarop ze hun broer Jozef behandelden4. We horen in dit gedicht Israël op de achtergrond smeken opdat die woede zou ophouden. Het is zijn wens dat Israël zijn woede niet laat uitmonden in hevige en harde gruweldaden. Hij veroordeelt de ongecontroleerde woede van zijn zonen Simeon en Levi die elkaar versterken in hun houding. Die twee samen zijn gevaarlijk. Blinde drift is iets dat niet kan in het beter land dat hen beloofd is.


1 Genesis 34,30.
2 Genesis 12,1-3.
3 Psalm 22,12-14; Psalm 68,32.
4 Genesis 42,21-22.