Dank zij Juda wordt de Ene geprezen.

Israël gaat op een subtiele manier als een poëet verder met het omschrijven van wat hij heeft vastgesteld bij zijn zonen. Hij trekt er de lessen uit voor later en geeft zijn volk de goede raad mee van een aartsvader die beseft wat het verbond met de Ene inhoudt. Om alles kracht bij te zetten kijkt hij in de verre toekomst en wil hij ons leren dat zowel slecht als goed gedrag invloed heeft op het nageslacht. Nadat hij zijn drie oudste zonen afgeschreven heeft voor het leiderschap van de stam spreekt hij nu zijn vierde zoon, Juda, toe. Genesis 49,8: 8 Juda, jou prijzen je broers; jouw hand drukt de nek van je vijanden neer, voor jou buigen de zonen van je vader. De toon verandert en in de kritiek maakt plaats voor lof. De inhoud van de Hebreeuwse naam Juda, is de wens dat de Ene zou geloofd, geprezen, worden omdat Juda geboren is. Bij zijn geboorte werd hen deze naam door zijn moeder Lea gegeven omdat ze zo dankbaar was nog een zoon te kunnen geven aan Jakob. Ze drukte dat uit met de belofte dat ze de Ene nu zou prijzen voor die vierde zoon en dat komt overeen met de naam Juda1. Nu wordt Juda geprezen door zijn vader. Dit is een speciale uitspraak van Israël. Hij looft zijn zoon omdat door de aanwezigheid van Juda de Ene geprezen wordt.
Israël haakt in op dit idee rond het loven en prijzen en past dit toe op zijn andere zonen die Juda zullen loven en prijzen. Na die stelling gaat hij oo
k een reden geven waarom zijn broers hem zullen loven en prijzen. Hij ziet het nageslacht van Juda in de toekomst als een machtige heerser, die de vijanden van het volk meester is. Als er de Schrift het heeft over heersers van andere volken wordt al vaak de uitdrukking van “het juk op de nek” gebruikt2. Dit geeft aan dat Juda zo machtig zal zijn dat hij andere volken zal kunnen onderdrukken maar het is geen “juk” maar de hand die druk op de nek van de vijanden wat we dan eerder kunnen begrepen als dat hij de vijanden in toom houdt. Juda zal volgens de toekomstvisie van Israël ook de leider zijn van zijn de families van zijn broers die zullen buigen en dankbaar zijn voor zijn bescherming.
Het buigen van de broers hoorden we ook al eens toen Jozef zijn droom vertelde. Genesis 37,6-8: “Wij waren aan het schoven binden op het veld. Mijn schoof kwam overeind en bleef rechtop staan; jullie schoven kwamen er omheen staan en bogen voor mijn schoof.” Toen dachten de broers dat Jozef hun koning zou worden maar ze waren niet van plan om zijn heerschappij te ondergaan. Deze droom van Jozef is echter op een andere manier vervuld. Zijn broers bogen voor hem, als onderkoning van een andere natie, omdat hij hen voorzag in voedsel en daardoor de stam in leven hield. Nu is het echter aartsvader Israël die een toekomstdroom verwoordt voor zijn zoon Juda. Hij ziet dat in het perspectief van de terugkeer van zijn nageslacht naar Kanaän als een groot volk. Hoewel Israël Efraïm gelijkgesteld had met zijn oudste zoon gaat de voorkeur in deze tekst toch naar de stam Juda. De voorkeur van Israël is blijkbaar niet gestuurd door de beoordeling van het eerste huwelijk van beide zonen. Zowel Jozef als Juda waren gehuwd met een niet Hebreeuwse vrouwen. Juda was gehuwd met de Kananitische Sua3 en Jozef met de Egyptische Asenat, de dochter van Potifera. De naam Potifera staat voor dienaar van Ra en de schoonvader van Jozef was dan ook nog eens priester van in de tempel van On4. Uit deze relatie van Jozef werden de zonen Manasse en Efraïm geboren die door vader Israël geadopteerd werden als zijn eigen zonen. Daar heeft Jozef iets voor op zijn broer Juda van wie de zonen uit zijn eerste huwelijk geweerd werden uit de Schrift. De keuze van Israël moet ingegeven zijn door de Ene, want gevoelsmatig vermoeden we dat Jozef de voorkeur zou gekregen hebben. In zijn jeugd was Jozef reeds zeer geliefd door zijn vader en toen kreeg hij die mooie mantel bij een degelijke opvoeding. Toen Israël herenigd werd met zijn zoon bij zijn aankomst in Egypte herleefde zijn levensperspectief, de realisatie van het verbond. Toch gaat de voorkeur nu naar Juda omdat dank zij hem de Ene geprezen wordt. Dus hij is de goede keuze als leider en zal wellicht als stam de macht grijpen na verloop van tijd.

1 Genesis 29,35.
2 Genesis 27,40; Deuteronomium 28,48; Jesaja 10,27.
3 Genesis 38,2.
4 Genesis 41,45.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s