Het gedrag van Simeon en Levi werd veroordeeld door Israël.

Israël bevestigt nog eens dat hij afstand neemt van de laffe wreedheid die Simeon en Levi gepleegd hebben1. Zij hebben de moord op de mannen in Sichem gepland en samen uitgevoerd. Ze hadden beslist om eerwraak te nemen omwille van het eerverlies van hun zuster Dina. Zij hebben dat uitvergroot tot een stamwraak door alle mannen van Sichem te vermoorden. We kunnen ons voorstellen dat Levi het idee opperde dat alle mannen moesten besneden worden om te kunnen huwen met de dochters van Israël. Bewust dat de mannen de eerste dagen na de besnijdenis lichamelijk afrem zijn in hun weerbaarheid, zag hij samen met Simeon de mogelijkheid om de verzwakte tegenstanders te vermoorden. Genesis 49,6-7: 6 Met hun kring wil ik niet omgaan; waar zij bijeen zijn, wil ik niet zijn. In hun woede hebben zij mannen vermoord, moedwillig hebben zij stieren verminkt. 7 Hun woede is vervloekt, omdat die hevig is; vervloekt is hun drift, omdat die hard is. Ik zal hen over Jakob verdelen, hen over Israël verspreiden! Jakob weet dat deze moorddadige manier van optreden helemaal niet strookt met de zending van zijn volk. Israël moet een zegen zijn voor de anderen volken2. Nu laat Israël er geen twijfel over

Simeon en Levi na de moorden in Sichem
bestaan dat zoiets niet kan wat ook de omstandigheden of de mogelijke gevolgen zijn. Hij veroordeelt die laffe daad van wreedheid.
Israël kiest niet het gezelschap van de moordende geweldenaars. Hij wenst poëtisch dat zijn “nephesh”, zijn levend en bezielde lichaam, niet in hun gezelschap komt. In het Hebreeuws is dit afgeleid van “sôd” en dat betekent ook een klein tapijt waar men op zit. Dit samenzitten wijst op een grote verbondenheid. Dit kan ook veronderstellen dat ze samenzweren om kwaad te doen. Dit wordt met het gedachtenrijm nog eens versterkt. Het is niet eerbaar om aanwezig te zijn in hun samenzijn. Als reden om hun aanwezigheid te mijden geeft Israël op dat zij in hun woede mensen vermoorden en in hun baldadigheid snijden ze de achterdijbeenspier van de stieren door. Zo kunnen die dieren niet meer stappen. Het beeld van de ossen wordt gebruikt om de macht te omschrijven en dit kan als rijmgedachte bedoeld zijn op de leiders van Sichem, Hemor en zijn zoon Sichem aan te duiden. Hun macht wordt gebroken. Dit belicht de arrogante slachting van weerloze slachtoffers in Sichem als een daad die te vergelijken is met het neerhalen van machtige runderen3. Deze benadering van Jakob belicht de wreedheid en de meedogenloosheid van de twee broers, die wellicht ook aan de basis lagen van de gedachte hun broer Jozef op te ruimen omwille van zijn verondersteld leiderschap over de stam. Het kan ons niet verwonderen dat de onzekere Ruben de mogelijkheid niet kreeg om Jozef terug naar zijn vader te brengen.
Jakob vervloekt hun ongecontroleerde wilde woede die ze uitwerkten op een arrogante, buitenmaatse en laffe manier op de inwoners van Sichem. Hun genadeloosheid leidde hen ook naar de onmenselijke manier waarop ze hun broer Jozef behandelden4. We horen in dit gedicht Israël op de achtergrond smeken opdat die woede zou ophouden. Het is zijn wens dat Israël zijn woede niet laat uitmonden in hevige en harde gruweldaden. Hij veroordeelt de ongecontroleerde woede van zijn zonen Simeon en Levi die elkaar versterken in hun houding. Die twee samen zijn gevaarlijk. Blinde drift is iets dat niet kan in het beter land dat hen beloofd is.


1 Genesis 34,30.
2 Genesis 12,1-3.
3 Psalm 22,12-14; Psalm 68,32.
4 Genesis 42,21-22.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s