Jakob werpt een profetische blik op de toekomst.

Net voor Jakob sterft gaat hij aan de hand van het profiel van zijn zonen de toekomst voorspellen van hun nageslacht. Hij kent immers zijn zonen en weet hoe ze tot nu geleefd hebben. Hij zal hun karaktertrekken gebruiken om hun belang te schetsen in het volk van Israël en om de toekomst van de stammen te voorspellen. Het is een in deze oude verhalen van de Bijbel over het ontstaan van de volken dat deze volken ook hun eigenschappen toebedeeld krijgen. Deze eigenschappen zijn ook bepalend voor de onderlinge verhouding van de volken. Alles begint telkens met de verhalen over de stamvaders die hun karaktertrekken als erfelijke eigenschappen doorgeven aan hun nageslacht. Zo herinneren we ons Cham, de voorvader van de Kanaänieten, die zijn vader, Noah, belachelijk maakte. Zijn nageslacht bleef in onmin leven met het volk Israël dat afstamde van zijn broer Sem. Verder zijn er onder andere nog de verhalen over Ismaël en de Ismaëlieten en Esau en de Edomieten. Om die voorzeggingen en waarschuwingen plechtig te maken gebruikt Israël een bijzondere taal en staat alles opgetekend in een literair hoogstaande vorm. Dit maakt het ons zoveel eeuwen later zeer moeilijk om deze tekst vandaag in zijn volle draagwijdte te begrijpen. Genesis 49,1-2: 1 Jakob liet zijn zonen bij zich roepen en sprak: 1 ‘Kom bij elkaar, ik ga jullie zeggen wat jullie te wachten staat in de dagen die komen. 2 Kom bijeen en luister, zonen van Jakob, luister naar Israël, jullie vader. De oproep van Israël om bij elkaar te komen en om dan nog eens samen te komen klinkt een tweede keer als een plechtige herhaling verkondigd door boodschappers aan al zijn zonen om naar hun vader toe te komen. Deze herhaling van gedachten is eigen aan de Hebreeuwse poëzie.
Na zijn gesprek met Jozef en de zegen voor Efraïm en Manasse wil aartsvader Israël in zijn laatste dagen al zijn zonen zenden en zegenen. Israël zal al zijn zonen elk op beurt afzonderlijk toespreken. Daarin gebruikt hij een bepaalde volgorde. Hij zal vanaf de rand van zijn sterfbed eerst al de zonen toespreken van de vrouw die hem eerst kinderen gaf en dat zijn de zonen van Lea. De meid van Lea, Zilpa was de vrouw van wie alle zonen als tweede aan de beurt komen. Vervolgens komen de zonen van Bilha, de dienstmaagd van Rachel aan bod en op de laatste plaats komen de twee zonen van Rachel aan de beurt omdat Rachel de vrouw was van wie de schoot het laatst geopend werd1 door de Ene.
Israël spreekt zijn zonen toe terwijl ze allen verzameld zijn rond zijn bed. Hij spreekt profetisch maar tegelijk laat maakt hij ook duidelijk dat de manier van leven bepalend is voor de belangrijkheid van een persoon in de samenleving. Op die manier krijgen alle zonen en met hen het hele volk van Israël nog enkele richtlijnen mee van wat niet kan als men wil leven als een besnedene. Wij kunnen de hoogstaande bedoeling van Israël begrijpen in de zin dat ouderen hun nageslacht willen vertellen over de manier hoe ze het best hun schreden naar de Ene2 de almachtige God, El Shadday, kunnen richten. Er wordt geput uit de ervaringen die de voorvaderen opdeden in de Bijbel en die bedoeld waren om hun hart te besnijden. Dit zou het volk ten goede komen in de toekomst. Deze levenslessen moesten van vader op zoon doorgegeven worden en dit kreeg de uiterlijke vorm van de besnijdenis. Dit praktijk raakte wellicht in onbruik of werd niet meer vermeld in de Schrift na het misbruik ervan bij de mannen van Sichem. Hier krijgen de woorden van Israël een profetisch karakter en men vermoedt dat de teksten waarin de toekomst voorspeld wordt bijgevoegd werden op latere datum.


1 Genesis 30,22.
2 Genesis 17,1.

Advertenties