Verklaringen als bewijs van de historische echtheid van de plagen zijn gekunsteld.

Om te bewijzen dat het verhaal van de plagen een weergave is van wat echt gebeurd is, sloven enkele schrijvers zich uit om een oorzakelijk en natuurlijk1 verband tussen de plagen te beschrijven. De eerste plaag, dat de Nijl als bloed is, was te verklaren doordat bij de jaarlijkse overstroming van de Nijl slib meegevoerd werd, dat vergaard was over de lange afstand dat het rivierwater aflegde tussen Ethiopië en Egypte. Dit roodkleurig slib zorgt voor de kleuring van de Nijl maar ook voor de afzetting van voedingstoffen en mineralen die de bodem langs de Nijl heel vruchtbaar maken. Dit rijmt ook met het teken dat Mozes doet voor de mensen van Israël. Hij neemt water van de Nijl en giet dit op de grond aan de oever van de Nijl en het water krijgt een bloedkleur door dat slib2. Het beeld van de rode Nijl, dat de schrijver kent, wordt op een handige wijze in verband gebracht met bloed. Het bloed dat voor leven staat is het bloed van Israël dat geofferd wordt aan het regime dat machtig geworden is door de vruchtbaarheid van de Nijl en dat daarom de Nijl aanbidt als een natuurgod. Het water van de Nijl heeft dus zowel positieve als negatieve eigenschappen en dat weerspiegelt zich in een rijk Egypte dat andere volken, vreemdelingen, onderwerpt.
Door het geweld van de zeer sterke stroming en het troebele water spoelden sommige vissen aan op de randen van het overstromingsgebied. De reuk was niet te harden. De Nijl maar ook het regime van Egypte waren te mijden. Door de overstroming zijn de kikkereitjes of kikkervisjes verder meegevoerd richting land en ontwikkelen ze in groten

De plagen overtuigen niet

getale in de waterplassen die buiten de oevers van de Nijl blijven staan. Ook de muggenlarven volgen dezelfde weg om dan later ook massaal tot ontwikkeling te komen. De krengen van de kikkers die niet terug naar de Nijl trokken waren voor sommige insecten de ideale plek om hun larven op te leggen. Deze insecten gingen dan bloed zuigen bij het vee van Egypte en besmetten de dieren tegelijk met de pest. De zesde plaag van de zweren bij de mensen kan veroorzaakt zijn door de anthraxbacterie, die de mens besmet via dierenhuiden. Dit lijkt een ziekte die in Egypte regelmatig voorkwam en daarom ook Egyptische zweren3 noemde. De hagel en het onweer zijn dan eerder terug te brengen tot de streken die aan de Middellandse Zee liggen en die af en toe neerslag krijgen. De sprinkhanenplaag komt dan uit de woestijn waar de diertjes de winter doormaken en zich vermenigvuldigen en met de wind worden meegevoerd. De duisternis zou ook veroorzaakt zijn door hevige winden die het stuifzand van de woestijn over Egypte sturen en zo de zon enige tijd verduisteren. De windrichtingen die de plagen meevoeren zijn seizoensgebonden en zijn gespreid over een jaar. Dit was dan de aanleiding voor anderen4 om de dagen dat de plagen plaatsgrepen te bepalen binnen de periode van een jaar.
Wij zagen de plagen dan eerder als een in gebrekestelling van de Egyptische goden om aan te tonen aan Egypte dat de God van de Hebreeuwen de machtigste God was. Eigenlijk was dit om Israël te overtuigen dat Jahweh, die het volk van Israël nabij was, hen bevrijd heeft uit de slavernij. Dit verhaal moest dan ook doorverteld worden aan de verdere generaties5. Daarom moest de schrijver toezien dat zijn verhaal naast de verwijzingen naar Jahweh, ongeacht de grootteorde, de volgorde en de periode waarin alles beschreven werd, een herkenbare en waarneembare achtergrond had. Als we deze herkenbare verhaalelementen niet benadrukken blijft er ons enkel het vermoeden over van een bovennatuurlijke liefde voor de mensen met een absolute voorrang voor hen die door omstandigheden onderdrukt zijn. Zij mogen vertrouwen op bevrijding.

1 “The Plagues of Egypt” in Zeitschrift für die alttestamentliche Wissenschaft van G. Hort.
2 Exodus 4,9.
3 Deuteronomium 27,27.
4 James Ussher (1581-1656), een Ierse bisschop.
5 Exodus 10,2.

Advertenties

Farao geeft in weerwil van de doodsbedreiging voor de eerstgeborenen nog steeds niet toe.

Mozes hangt een beeld op van wat er zal gebeuren als Egypte het volk van Israël niet laat gaan om te offeren voor Jahweh. Deze voorspelling had hij meegekregen van Jahweh toen hij nog niet in Egypte was1. Nu was het regime van farao al verzwakt door het bewijs dat de goden van Egypte onbetrouwbaar waren en door de slechte ervaringen van de gewone Egyptische burgers met de harde lijn van farao die meer oog had voor grote projecten dan voor zijn volk. De kleine kring rond farao en de bevoordeelden bleef hem nog enigszins trouw, hoewel ze over sommige zaken duidelijk een andere mening hadden. Maar ze hadden geen zeggenschap want alle macht zat in de handen van farao, de zoon van Ra. Mozes gaat verder met zijn blik in de toekomst en legt farao en de hofhouding uit welk oordeel hen te wachten staat. Exodus 11,8-10: 8 ‘Dan zullen al uw hovelingen naar mij toekomen, zich voor mij neerbuigen en vragen: Vertrek toch, u en het volk dat u achterna loopt. En nu ga ik!’ Ziedend van woede ging hij bij Farao weg. 9 Maar Jahwe sprak tot Mozes: `Farao zal niet naar u luisteren. Zo zullen mijn wonderen in Egypte nog talrijker worden.’ 10 Mozes en Aäron verrichten al deze wonderen voor Farao, maar Jahwe maakte Farao halsstarrig; Hij liet de Israëlieten niet uit zijn land vertrekken. Mozes had al gemerkt dat de naaste dienaars van farao ook enig ontzag hadden voor de macht van Jahweh, de god van de Hebreeuwen. Ze hadden al vaker moeten vaststellen dat hun kennis en de invloed van de Egyptische goden ondergeschikt waren aan de tekenen die Mozes voorspelde en over Egypte liet uitkomen door tussenkomst van de Ene. Het was van een bovennatuurlijke aard wat er gebeurde en

Hofhouding van farao

ook hoe de plagen ophielden. Het was voor hen duidelijk geworden dat Mozes de sleutelfiguur2 was in dit alles en daarbij had hij ook nog alle Israëlieten op zijn hand. De Hebreeuwen hadden, na de toespraken van Mozes en Aäron, immers begrepen dat hun aard bepaald was door het verbond dat de Ene had gesloten met de aartsvaders. Ze zagen door een veelheid aan tekenen in dat Jahweh hen nu ook nabij was en het vertrouwen dat daardoor opbloeide maakte hen sterker.
Als de toekomst van Egypte in het gedrang zal komen doordat alle eerstgeborenen sterven, zullen de leden van de hofhouding beseffen dat dit een zware aderlating is voor het land. Dit betekent voor hen een uitholling van de zekerheden voor de toekomst en deze duistere dood moet dringend ophouden wil het land en zijn cultuur nog enige kans maken te blijven voortbestaan. Zij zijn bereid wat er nog rest van Egypte te vrijwaren van de bovennatuurlijke invloed van Mozes en de zonen van Israël en ze zullen daarom aan Mozes nederig smeken om samen met zijn volk te vertrekken.
Mozes besluit zijn betoog en vertrekt woedend omdat hij aanvoelt dat farao in weerwil van zijn aandringen en van de houding van zijn hovelingen weer niet zal toegeven. Jahweh had Mozes daar immers voor gewaarschuwd. Nochtans hadden Mozes en Aäron er alles aan gedaan met de hulp van Jahweh om farao tot meer toegeeflijkheid te bewegen. Alle pogingen ten spijt horen we steeds hetzelfde refrein: Farao werd nog meer halsstarrig. Het geduld van Israël is op. Hun hoop op een gunstige evolutie is helemaal weg en hun jammerklachten3 reiken tot bij Jahweh, die nu zijn eerstgeborenen zal redden4.

1 Exodus 4,22-23.
2 Exodus 3,10.
3 Exodus 3,9.
4 Exodus 4,22-23.

Er zal niets te horen zijn waar de zonen van Israël wonen.

Mozes heeft stap per stap met alle tekenen het gehele systeem van Egypte ondergraven en hij komt tot de vaststelling dat Egypte niet te overtuigen is van Jahweh en de goede weg voor de mensheid, die vervat ligt in de droom van de Ene met de mensen en de wereld. Israël wil van zijn kant uiteindelijk ook niet kiezen voor de ellende die eigen is aan het systeem van Egypte. In een laatste poging om het bestuur van Egypte tot inkeer te brengen, voorzegt Mozes aan farao en de hovelingen niet veel goeds voor de toekomst als ze het volk van Israël niet laten gaan. Exodus 11,6-7: 6 Dan zal er in heel Egypte luid gejammer opgaan, zo luid als er nog nooit is geweest en nooit meer zal zijn. 7 Maar bij de Israëlieten zal zelfs geen hond zijn tong durven roeren tegen mens of dier. Zo zult gij weten dat Jahwe onderscheid maakt tussen Egypte en Israël. Het Hebreeuwse woord “tseaqah” voor de luide en bittere jammerklachten2 zijn deze van de gemiste kans op het eerstgeboorterecht zoals we hoorden van Esau1. Het zelfde woord vinden we terug bij het geweeklaag van Israël dat gehoord wordt door Jahweh2. Deze weeklacht gaat over de onderdrukking van de

Geen hond die blaft

eerstgeborene van Jahweh door Egypte. Dit is niet het geklaag van de oosterse klaagzang bij het rouwbeklag3. Met deze verwijzingen zouden we kunnen zeggen dat Egypte uitgesloten wordt van het eerstgeboorterecht omwille van hun levensstijl zoals dat me Esau gebeurde. Tegelijk klinkt ook de vergelding mee voor de onderdrukking want het resultaat van de verdrukking en dat van het sterven van de eerstgeborenen van Egypte geven aanleiding tot hetzelfde geklaag. Het uitzonderlijke gehalte van de jammerklacht kunnen we vergelijken4 met het bovennatuurlijk uitzonderlijke formaat van de plagen of de tekenen die Egypte kreeg.
Waar de Israëlieten wonen is het muisstil. Geen hond blaft tegen mens of dier. Bij dit beeld van de hond passen naast de vaststelling dat het gewoon stil is verschillende andere veronderstellingen. Anubis, is de Egyptische godheid van het balsemen van de lichamen van de doden voorgesteld door de jakhalshond, komt in actie bij de dood van belangrijke Egyptenaren. De uitdrukking geen tong die zich nog beweegt tegen Israël wil zeggen dat niemand nog kritiek5 heeft op Israël na wat gebeurd is.
Het mag nu duidelijk zijn dat Jahweh Israël, als eerstgeborene maar ook als verdrukte, anders behandelt. Dit onderscheid werd in de andere tekenen ook al gemaakt bij de plaag van de insecten waarvan we vermoedden dat het de scarabeeën waren. Er werd ook een onderscheid gemaakt bij de ziekte van het vee dat buiten graasde. Ook bij de hagelplaag en de sprinkhanenplaag werden de Israëlieten gespaard. Het werd ook niet donker bij de Israëlieten. Zij bleven leven in het licht6.

1 Genesis 27,34.
2 Exodus 3,9.
3 De “misped” van Genesis 50,10 bij de begrafenis van Jakob.
4 Exodus 9,18; Exodus 9,24; Exodus 10, 6; Exodus 10,14.
5 Jozua 10,21.
6 Exodus 8,18; Exodus 9,4; Exodus 9,26; Exodus 10,15; Exodus 10,23.

De eerstgeborenen van Egypte zijn dood in de ogen van Jahweh en Israël.

Het is voor ons zondermeer ontgoochelend te zien dat een God van leven, Jahweh, verantwoordelijk zou zijn voor de dood van al die eerstgeborenen. Dit is wellicht de gerechtigheid zoals de zonen van Israël deze willen beleven. Zij zijn immers niet vergeten dat farao het bevel uitvaardigde om alle zonen van Israël te doden1. Waarom dan nu enkele de eerstgeborene sterft, heeft te maken met het volk Israël dat de eerstgeborene is van de Ene, zij die God als eerste erkend hebben en zo herboren zijn als besnedenen van hart. Dat de eerstgeborenen van Egypte zouden gedood worden omdat farao het volk, de eerstgeboren zoon van Jahweh, niet vrij liet vertrekken om de Ene te vereren, werd Mozes bekend gemaakt door Jahweh toen hij onderweg was naar Egypte2. Hier is dus geen sprake van een vergelding voor de moord op de pasgeboren jongetjes van Israël.
Om Jahweh vandaag te begrijpen in de tijd dat we nu leven, kunnen we proberen het begrip dood in dit oude verhaal anders te benaderen. Jahweh gaat door het midden, “tavek”, van Egypte betekent dit dat er een oordeel geveld wordt over goed en kwaad in het binnenste, het hart, van dat land. Als dat zal gebeuren rond middernacht is, is het een oordeel over de duistere kant van Egypte. De kant die niet altijd zichtbaar is voor het oog dat oppervlakkig kijkt.
Er is hier bij de plagen of de tekenen al een hele tijd een strijd tussen twee religies maar

Eerstgeborene sterft

ook tussen twee verschillende levensopvattingen aan de gang. Er wordt gereageerd door Jahweh met de bedoeling om het eerste volk, zijn eerstgeborene, dat vertrouwen heeft in Hem te redden uit de slavernij van een andere cultuur, die gevestigd is op een natuurgodsdienst. Als farao eist dat alle jongens van de zonen van Israël moeten gedood worden door hen in de Nijl te werpen, werd er bedoeld dat het volk van Israël zich moest aanpassen aan de moraal van Egypte. De integratie en de opleiding van de jeugd van Israël in het geloof en het systeem van Egypte dat gesymboliseerd wordt door de Nijl was bedoeld als een assimilatie van de zonen van Israël. De jongens gingen dood in de ogen van Jahweh en leunden aan bij het denken van Egypte. Ze gingen vertrouwen op de Nijl en op de andere goden van Egypte. Mozes wist te ontsnappen uit dat systeem omdat hij begreep dat het volk, waaruit hij geboren was, onderdrukt werd in weerwil van hun goede levenswijze. Aanvankelijk kon hij geen solidariteit vinden onder de zonen van Israël omdat het nog niet doorgedrongen was dat ze hun eigenheid aan het verliezen waren. Na verloop van tijd toen de onderdrukking schrijnend en helemaal onmenswaardig werd, trad Jahweh op om de zwakkeren te redden. Mozes was met zijn levenservaringen de geknipte man om de Ene te vertegenwoordigen. Samen met Aäron, die model moest staan voor de latere priesters van Israël, gaf hij het volk van Israël inzicht in de weg van Jahweh en trad hij op tegen de machtigste koning van de grootmacht van die tijd.
De verschillende tekenen, of plagen zoals ze genoemd werden, waren bedoeld om aan te tonen hoe zwak en onbetrouwbaar de Egyptische goden waren en hoe slecht het systeem van Egypte was voor de zonen van Israël. Daarom was het noodzakelijk weg te trekken uit dat systeem dat de Israëlieten tot slaaf maakte. Het laatste teken voor Israël was de dood van de eerstgeborenen. De oudste zoon betekent ook de zekerheid voor de toekomst alleszins voor die slavin met haar maïsmolen maar ook voor farao en voor het voortbestaan van Egypte, dat een opvolger nodig heeft voor de zoon van Ra. De eerstgeborenen van het vee verwijzen wellicht naar de verschillende natuurgoden en naar de daaruit voortspruitende verering van sommige dieren, die niet mochten geslacht worden. Het systeem van Egypte betekent voor de zoveelste keer de dood. Nu wordt duidelijk dat ook de toekomst van Egypte de dood zou betekenen voor Israël. Breken met dit systeem betekent dan ook voor Israël, de eerstgeborene van Jahweh, dat het verbond met de Ene zal standhouden en voortbestaan.

1 Exodus 1,22.
2 Exodus 4,22-23.

Jahweh zal rondgaan tegen middernacht.

De gewone burgers van Egypte, die van landbouw leefden aan de oevers van de Nijl, werden ook onheus behandeld door het regime van farao. De taksen die geïnd werden hielden geen rekening met de verminderde opbrengsten, die te wijten waren aan het falen van de Egyptische goden en aan het onmenselijke bestuur van het hof van farao. Zij werden schuldslaaf van het regime omdat ze de grote bijdragen niet meer konden betalen. Farao en zijn aanhangers zagen in hun blindheid niet dat de bevolking in Egypte de grote uitgaven voor de bouwwerken en voor de hofhouding niet kon dragen. Daardoor was er veel begrip van de onderdanen van Egypte voor de zonen van Israël, die het nog zwaarder te verduren hadden maar die toch de gewone mensen van dienst waren met de opbrengsten van hun vee. Hun God, Jahweh, een God van leven, ging helemaal anders om met de mensen. Hij zegende Israël en daardoor kon Israël omwille van hun besnedenheid de anderen ook zegenen zolang ze niet persoonlijk benadeeld werden door hun buren. Het volk zelf was Israël goedgezind maar het bestuur van Egypte probeerde de zonen van Israël in een slecht daglicht te stellen. Exodus 11,3-5: 3 Want Jahwe had de Egyptenaren gunstig gestemd tegenover het volk. Ook Mozes zelf stond in Egypte hoog in aanzien bij de hovelingen van Farao en bij zijn onderdanen. 4 En Mozes zei: `Zo spreekt Jahwe: Tegen middernacht zal Ik rondgaan door Egypte. 5 Iedere eerstgeborene in Egypte zal sterven, van de eerstgeborene van Farao, die hem op de troon zal opvolgen, tot de eerstgeborene van de slavin

Jahweh zal oordelen
die de handmolen draait; ook al de eerstgeborenen van het vee.’
De Egyptenaren, die buren waren van de zonen van Israël, lieten zich niet leiden door de opruiende taal1 van farao omdat ze beter wisten. Omwille van Jahweh waren de Israëlieten besneden van hart en waren ze dienstbaar aan hun buren. Voor Mozes zelf was er ook veel achting door het volk en door de hovelingen omdat ze wisten dat hij en Aäron voor farao, door te wijzen op verschillende tekenen, de fouten van het regime blootlegden. Mozes en Aäron durfden te spreken. Anderzijds hadden ze bij het Hebreeuwse volk het verbond met de Ene weer aangewakkerd en hen gewezen op de zegen van Jahweh. Een zegen die moest doorgegeven worden aan andere volken. In de Hebreeuwse tekst staat dat de “ish Mosheh” erg groot was in Egypte. “Ish” duidde voor ons in het verhaal van het gevecht van Jakob met de engel op een “het beste in de mens in de ogen van de Ene”2. Nogal wat eigenwaan als we zouden indenken dat deze teksten van de hand van Mozes zelf komen.
Maar nu werden de onderhandelingen door farao op een brutale manier beëindigd en werd Mozes onder bedreigingen weggestuurd. Mozes die nog bij de woedende farao stond, zegt hem wat er Egypte nu te wachten staat. Hij laat weten dat Jahweh zal rondgaan op een nacht rond middernacht en dat alle eerstgeborenen zullen sterven. De oudste zoon van farao, de opvolger als zoon van Ra, zowel als de oudste zoon van de slavin, met haar handmolen. Die vrouw was de laagste in stand van de Egyptenaren. Ze had nog enkel haar handmolen om graan te malen. Zo kon ze nog net voorzien in haar levensonderhoud en dat van haar zoon op wie ze rekende voor haar oude dag. Zonder onderscheid van rang of stand zullen alle eerstgeborenen van het mannelijke geslacht sterven. Zelfs de eerstgeborenen van het vee. Farao krijgt zoals bij veel van de aangekondigde plagen de tijd om heel het volk van Israël te laten gaan om te offeren voor Jahweh om verder onheil te voorkomen maar hij blijft ook deze keer halsstarrig.

1 Exodus 5,4-9.
2 bijdrage: De veranderde Jakob krijgt een symbolische naam.
3 Exodus 7,13-15; Exodus 7,25-29; Exodus 8,15-16…