Horen en luisteren.

Aan de struik dicht bij de berg van God, de Horeb, blijft Mozes in gesprek met de Ene. Hij had zopas de omschrijving en de moeilijkheidsgraad van zijn opdracht, om het volk uit Egypte te halen, vernomen van de Ene. Hij weegt af met alle ervaringen van heel zijn leven voor ogen. Exodus 4,1: 1 Mozes gaf hierop ten antwoord: `Maar ze geloven me niet, ze zullen aan mijn woorden geen gehoor schenken; ze zullen zeggen dat Jahwe mij niet is verschenen.’ Veertig jaar geleden was Mozes al eens opgetreden om zijn volk te verdedigen1. Toen was dit niet op de manier die past bij een besnedene van hart. Maar omdat mensen onvolkomen zijn, betekent dit niet dat ze geen goede dingen kunnen doen tijdens hun leven. De omstandigheden waarin ze terecht kunnen hen aanzetten tot een beter leven. Hier echter probeert Mozes onderuit te komen aan een nieuw engagement omdat hij twijfelt aan zijn eigen mogelijkheden en aan het welslagen van zijn zending. Zijn roeping door de Ene als redder uit de handen van farao, kan hij niet bewijzen. De brandende struik en de woorden van de Ene zijn een flits in zijn leven zonder tastbare tekenen. Hij kan enkele met heel wat geestdrift vertellen over die uitzonderlijke belevenis. Maar zo te zien is Mozes niet meteen vol vuur.

         De staf wordt belangrijk

Mozes denkt dat het volk van Israël wel zal horen met hun oren maar dat ze het niet zullen begrijpen. Verstard door al die jaren dwangarbeid en onderdrukking denken ze dat er geen ontkomen is aan hun lot. Ze kunnen zich niet inbeelden dat de Ene nog een beloofd land voor ogen heeft voor zijn volk. Het wonderlijke van de bovennatuurlijke logica was versteend in de verhalen van het volk en iedereen dacht dat de tijd voorbij was van de verschijningen van de Ene. Het tijdperk van de aartsvaders was ondertussen al zowat vierhonderd jaar afgesloten met Jakob. Toen was het de laatste keer dat de Ene in een nachtelijk visioen verscheen aan Jakob. Israël, de edele naam van Jakob, werd toen aangezet om Egypte binnen te trekken2. Nu voelt het volk van Israël zich in hun ellende verlaten door hun God en gedomineerd door een regime dat zich beroept op andere goden. Hun vertrouwen is weg. Deze opvatting staat in tegenstelling met wat Jahweh voorspiegelde aan Mozes. De Ene had gezegd dat de oudsten van Israël zouden luisteren naar Mozes. Dat is meer dan horen, dat is de oproep aanvaarden en hun daden richten naar de woorden van Mozes. Om de tegenwerping van Mozes niet zo hard te laten klinken kunnen we veronderstellen dat de oudsten zullen luisteren maar dat het volk niet vatbaar zou zijn voor de boodschap van bevrijding. Het verstarde en afgestompte volk heeft meer nodig dan woorden om overtuigd te geraken. Hun vertrouwen in de Ene en hun hoop moest aangewakkerd worden en allen moeten overtuigd worden dat ze samen als één groot en broederlijk volk veel problemen kunnen overwinnen. De boodschap van de oudsten in de verschillend stammen en families moet een beweging op gang brengen die leidt naar een beter leven in een ander en een beter land. De nieuwe naam, Jahweh3, voor de God van hun voorvaderen leert hen dat de Ene nu ook echt aanwezig is bij de nakomelingen van de stamvaders.

1 Exodus 2,14.
2 Genesis 45,2.
3 zie bijdrage: JHWH zal de naam zijn van de wezenlijke.

Advertenties

Het volk van Egypte is het volk Israël nog dankbaar.

Farao zal bezwijken door de sterke hand van de Ene en hij zal Israël laten gaan. Zijn wereldmacht weegt niet op tegen de hand van de Ene. De uitgestrekte hand van de Ene zal Egypte treffen met wondertekenen. Exodus 3,21-22: 21 En Ik zal de Egyptenaren gunstig stemmen tegenover dit volk; als ge dan wegtrekt gaat ge niet met lege handen. 22 Laten alle vrouwen hun buren en huisgenoten vragen om gouden en zilveren sieraden en om kleding. Die moet ge uw zonen en dochters aandoen en er Egypte van beroven.’ De hand van de Ene zal blijkbaar het systeem van Egypte treffen, de machtsstructuren die niet vol te houden zijn en die tegen weerstand botsen van zowel het volk van Israël als de het volk van Egypte. Het uithollen van de macht, die zich rechtvaardigt door de goden, geeft meer ruimte aan het volk. De Egyptenaren zelf waarderen het volk van Israël omwille van hun inbreng en hun standvastige bevraging van het regime. Het is niet de eerste keer dat het volk van de Ene een zegen is voor Egypte. Alles begon met de dikke en de magere jaren in de tijd van Jozef. Het volk van de Ene dat leeft als besnedenen in gerechtigheid zijn een zegen voor alle volken van de wereld. Het volk van Egypte is de Hebreeuwen dankbaar en willen hen belonen voor al de bewezen diensten. De Egyptische burgers die het volk

De Egyptenaren betalen de Hebreeuwen
van Israël kennen en ermee omgaan delen niet in de angst door het hof opgewekt voor het volk van de Ene. Ze staan in het dagelijkse leven in nauw contact met het dienstbare volk van Israël dat een zegen is voor de anderen. Bij de eindafrekening wordt het volk aangeraden de uitbetaling in goud, zilver en fijne linnen Egyptische klederen, te vragen. Het waardevolle van Egypte is een teken voor de grote dankbaarheid van de gewone mensen. Deze waardevolle zaken kunnen dan alvast niet meer opgeëist worden door de bijdrage dat het regime van het volk opeist.
Bij de verklaring van de toekomstdromen van farao verwees Jozef naar de Ene die het beste voorheeft met farao. Farao kreeg dank zijn de Ene de informatie die hem aanzetten tot een goed bestuur1. Jozef kreeg enige tijd de leiding over het huis van farao om Egypte te redden van de honger2. Dit was een zegen voor het volk van Egypte maar ook een berekende zet van farao om zijn regime sterker en machtiger te maken. Ook het binnenhalen van een herdersvolk in een niet ontgonnen gebied was een maatregel van farao om de groei van het regime te bewerken. Later groeiden de stammen van Jakob uit tot een groot volk en werden ze ingezet als dienaren van het regime. Omdat macht geen respect heeft en geen dankbaarheid kent, werd het volk van de Ene vernederd tot slaven om het regime nog te versterken. De gewone mensen kennen echter wel dankbaarheid voor de dienstbaarheid van het besneden volk. Zij worden dan ook niet getroffen door de hand van de Ene, die alleen het onrechtvaardige systeem van Egypte treft.

1 Genesis 41,16.
2 Genesis 41,39-40.

De koning van Egypte denkt er anders over.

De Ene verwittigd dat de koning van Egypte een veel harder standpunt heeft en dat hij niet door Mozes over te halen is. De houding van het hof tegenover de stammen van Israël was immers al jaren heel strak. Op elke mogelijke manier werd gezocht om de macht van hun aantallen te breken. Het groot geworden volk van Israël werd afgeschilderd1 als een bedreiging voor het regime. Door de dwangarbeid werd gedacht hun aantal terug te dringen en hun weerbaarheid te kraken. Hun aantal nam niet af want de zegen van de vruchtbaarheid van de Levengevende God was niet aan banden te leggen. Exodus 3,19-20: 19 Ik weet dat de koning van Egypte u niet zal laten vertrekken, als geen sterke hand hem dwingt. 20 Daarom zal Ik mijn hand opheffen en Egypte treffen met allerlei wondertekenen die Ik er zal verrichten. Dan zal hij u wel laten gaan. De Ene zegt te weten dat farao Mozes niet zal laten vertrekken met zijn volk. De aanwezigheid van het onderdrukte volk van Israël dat als slaven werkte in dienst van het regime was een zegen voor farao. Zij versterkten Egypte door hun harde werken. Daarom dachten de oudsten dat het gerechtvaardigd was om eens enkele dagen verlof bij te vragen. Enkele dagen religieus verlof zoals alle andere burgers van Egypte kregen voor de eredienst van hun goden was toch geen onterechte vraag.

Slaven versterken het regime

Mozes wordt door de Ene al op de hoogte gesteld dat farao hen geen toegevingen zal doen. Vooraf wordt Mozes al verwittigd dat zijn opdracht niet van een leien dakje zal lopen. Begrip bij zijn eigen volk zal er zijn maar bij de leiding van Egypte kan hij geen toegeeflijkheid verwachten.
De Ene bevestigt nog2 eens aan Mozes dat hij bijstand van het bovennatuurlijke mag verwachten. De Ene is zeker dat farao Mozes niet zal laten vertrekken met zijn volk tenzij er een machtige hand tussenkomt. Hij verzekert Mozes dat Hij zijn hand zal uitstrekken om wonderen te doen en daarna zal farao Mozes en zijn volk laten gaan. Het menselijk beeld van de dwingende hand die optreedt tegen de belagers van het volk van de Ene, maakt voor Mozes duidelijk dat er zichtbare wondertekenen zullen zijn in Egypte die bedoeld zijn om het volk van Israël te bevrijden uit de slavernij. Uiteindelijk zal het volk kunnen vertrekken en zal farao Mozes en het volk van Israël laten gaan. Zij zullen vrij zijn zodat ze de verering van Jahweh op de berg Horeb kunnen waar maken3. Dit was het teken dat het bewijs zou zijn dat Mozes gesteund werd door de Ene. De drie dagreizen kunnen dus als beeld staan voor de grote ommekeer die zal gebeuren, de bevrijding van het volk van de Ene uit de slavernij.

1 Exodus 1,9-10.
2 Exodus 2,12.
3 Exodus 3,12.

Drie dagreizen ver om te offeren voor Jahweh.

De oudsten van Israël moeten overtuigd worden door Mozes dat de Ene, de “Levende God”, heel het volk zal redden van de slavernij van Egypte en hen een groot land ter beschikking zal stellen. Als de oudsten overtuigd zijn van de zending van Mozes met de steun van de Ene, zal heel het volk door hen overtuigd worden. Exodus 3,18: 18 Zij zullen luisteren naar wat gij zegt. Dan moet ge met de oudsten van Israël naar de koning van Egypte gaan en hem zeggen: Jahwe, de God van de Hebreeën, is tot ons gekomen. Laat ons daarom drie dagreizen ver de woestijn ingaan om offers op te dragen aan Jahwe onze God. De Ene voorziet dat er bij de oudsten van Israël geen moment twijfel zal zijn en dat ze de zending van Mozes volledig zullen steunen. Dit is volkomen logisch omdat de onderdrukking van het volk van Israël niet meer te dragen is. Dit is een eerste stap die Mozes moet zetten.
De oudsten van Israël waren samen met de oudsten van de Egyptische stammen de raadgevers in het koninklijk hof. Ze moesten farao inlichten over de situatie

de oudsten van Israël leidden het volk
ter plaatse bij de verschillende stammen. Zo kon de koning van Egypte zijn dagelijks beleid laten bijsturen naar de noden van zijn bewind en zijn doelstellingen. Daarom was het wijs om aan farao toelating te vragen om te offeren aan Jahweh, de god van Israël.
Mozes zou op dezelfde manier als de oudsten van Israël naar farao trekken om hem verlof te vragen voor hun stammen om drie dagen ver in de woestijn te trekken om te offeren voor Jahweh. Het was immers heel normaal dat er door de verschillende stammen geofferd werd voor de goden. Israël was geen uitzondering daarop.
De drie dagen stellen ons voor een probleem. Als Mozes al onmiddellijk aast op het teken dat de Ene hem beloofd heeft op de berg Horeb, is het onmogelijk om daar op drie dagen tijd te geraken. Deze drie dagreizen kunnen ook bedoeld zijn om voldoende afstand te nemen van Egypte en om hen niet te storen met de manier van het offeren van het volk van Israël. Wellicht zou het offeren van koeien en het slachten van schapen door het herdersvolk1 de Egyptenaren met afschuw vervullen. Dit afstand nemen is tegelijk ook een afstand nemen van de invloeden van het Egyptische veelgodendom en kan ook in verband staan met een bovennatuurlijke omkering, die te verwachten is. Drie dagen staat vaker voor een goddelijke verandering ten goede2. Het is mogelijk dat door het offeren de stammen van Israël tot het bewustzijn komen dat ze niet thuishoren in Egypte en dat ze he land moeten verlaten. Hun verblijf in Egypte was tijdelijk en gaf hen de kans een groter volk te worden. Om geen misverstanden op te wekken bij farao wordt hem alles uitgelegd in termen die hij begrijpt en die gangbaar waren in Egypte. Zo spreekt Mozes over Hebreeuwen en dit is de naam die in Egypte gebruikt werd om de stammen van Israël aan te wijzen. Anderzijds maakt hij ook de naam van de god van zijn volk kenbaar omdat de goden in Egypte allen een naam hebben en een bereik waarin ze kunnen optreden. De naam Jahweh is niet in de lijst van de Egyptische goden terug te vinden en de rituelen en offers zijn dus eigen aan de Hebreeuwen. Deze bewoordingen zijn dus in alle religieuze aspecten duidelijk te begrijpen door farao. Mozes maakt farao duidelijk dat integratie daarom geen assimilatie is van alle eigenheden van het gastland.

1 Genesis 46,34.
2 zie bijdragen: “De ommekeer van de derde dag” en “Omkering op de derde dag”. Nog meer derde dagen: Genesis 40,12-13 en 42,17-18; Exodus 5,3 en 15,22 en 19,11; Numeri 10,33 en 19,12; Jozua 1,14 en 2,16; Ester 5,1; 2 Koningen 20,5 en Jona 1,17 …

JHWH zal de naam zijn van de wezenlijke.

De naam van de Ene werd in het origineel bijbels Hebreeuws geschreven zoals de alle teksten in het medeklinkerschrift. Deze naam vinden we hier onmiddellijk in wat Mozes moet zeggen aan de oudsten van Israël. Het is Jahweh en die naam wordt afgekort tot het vierletterwoord, het tetragram1, JHWH. De naam Jahweh is voorzien van klinkers zoals ieder Hebreeuws woord uit de oorspronkelijke Hebreeuwse teksten dat alleen uit medeklinkers bestond. De eerste openbaring aan Mozes is het bestaan, “Ehyeh Asher Ehyeh”, het wezen over de tijd heen, van de Ene dat moet herinnerd worden van generatie op generatie. Dit is in een zekere zin de bevestiging van de belofte van de Ene dat Hij Mozes zal bijstaan. Het is die wezenlijke en eeuwige Ene, die Mozes nu verder toespreekt en zijn naam kenbaar maakt. Dit gebeurt nog enkele keren in de Bijbel2 dat de Ene zijn naam vermeldt. Exodus 3,16-17: 16 Ga nu op weg, roep de oudsten van Israël bijeen en zeg hun: Jahwe, de God van uw vaderen, is mij verschenen, de God van Abraham, Isaak en Jakob, met deze boodschap: Ik draag zorg voor u, want Ik zie wat men u in Egypte aandoet. 17 Daarom heb Ik besloten: Ik zal u uit de ellende van Egypte wegvoeren naar het land van de Kanaänieten, Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten, een land van melk en honing. Het belang van de ouderen bij het volk van Israël was toegenomen omdat het in de Egyptische maatschappij normaal was dat de oudsten zeggenschap hadden en het volk

Ga op weg

vertegenwoordigden bij het hoogste gezag. Na de periode van de aartsvaders kwam er dus een nieuwe gezagsstructuur die paste in het Egyptische bestuurssysteem en waarin geen enkele stam van Israël de bovenhand nam. De eerste keer dat er sprake was over de oudsten ging het over de delegatie van Egypte bij de begrafenis van Jakob3. Het feit dat de Ene Mozes aanzet om hen aan te spreken, maakt ons duidelijk dat ook deze structuur overgenomen werd bij de stammen van het volk van Israël. Het is via dat kanaal dat de zonen van alle stammen van Israël op de hoogte zullen gesteld worden. De Ene identificeert zich voor de zonen van Israël als de god van de aartsvaders maar ook met de god van het verbond. Dit doet hij door zijn bezorgdheid uit te drukken voor het volk en door zijn voornemen om het volk te bevrijden uit de ellende van Egypte. De Ene stelt een op komst zijnde oplossing in het vooruitzicht van een groot land. Dit komt overeen met de belofte aan Abraham van een groot volk en een groot land nadat zijn nakomelingen een lange tijd in een vreemd land hadden gewoond4. Voor de afstammelingen van Jakob wordt de naam van de Ene hier afgeschilderd en begrepen als de levengevende god, die bekommerd is om zijn volk, die hen beschermt en mogelijkheden geeft. Zij die besneden van hart zijn zullen goed kunnen leven in een groot land van melk en honing. Deze redenering komt overeen met de betekenis van de naam van de natuurgoden voor de mensen. De betekenis verwijst naar de kracht die uitging van deze god. De wezenlijke en levende god van het nageslacht van Abraham is een god die leven geeft. Die manier van denken kwam ook voor bij Hagar die de bron, waar ze raad kreeg voor haar toekomst en deze van haar zoon, Lachai-Roy5 noemde waar de “Levende” haar zag, met haar begaan was en haar en haar zoon Ismaël toekomst gaf. Daarom noemt deze god Jahweh.

1 Tetragrammaton in het Grieks.
2 Exodus 6,2 en Jesaja 43,11: ani Jahweh – Ik, Jahweh.
3 Genesis 50,7.
4 Genesis 15, 5 en 18-20.
5 Genesis 16,7-15.